Mijn “Ik-verhaal” uit klas 5

IK Jessie
Filosofie, Praktische opdracht – Jessie Mensink – V5c

TERUG NAAR JE GEBOORTELAND-LENNY KUHR

Ach m’n lieve , verlang je naar je wezen
Waar ‘t zo stil is zonder vrezen
Waar je niemand hoeft te wezen
M’n lieve, dan verlang je veel
Want de weg daar naartoe is eenzaam
En weinigen zijn behulpzaam
Voor het eerst van je leven
Zul je strijden alleen
Zul je lijden alleen
Voor het eerst van je leven
Zul je alles moeten geven
Om wat je nog niet kent
Om die die je nog niet bent
De onderste steen boven
Het is niet te geloven
Je bouwwerk stort in
Met jou binnenin
Toe dan

Stroom maar met je stroom mee
Droom maar met je droom mee
Terug naar je geboorteland
Daar zal ik je vinden
Varend op winden
Terug naar je geboorteland

Als jij, m’n lieve, in de stroom blijft steken
Als, m’n lieve, je droom zal breken
Wanneer het oude zich zal wreken
Uit naam van wie je was
Weet dan goed te onderscheiden
Want de kreten van het lijden
Zijn niet het hoogste lied
Dat door alles heen klinkt
Voor wie horen wil zingt
De stem van de allereerste moeder
Uit wie alles ooit begon
De stem uit die ene bron
Waarvoor het grove zal bezwijken
Je wordt al verwacht
Al eeuwen verwacht
Dus toe dan

Stroom maar met je stroom mee
Droom maar met je droom mee
Terug naar je geboorteland
Daar zal ik je vinden
Varend op winden
Terug naar je geboorteland

Wie ben ik?

Wie ben ik? Ik weet het niet. Ik weet niet eens f ik ben. In de betekenis van Descartes’ “Cogito ergo sum”, ben ik wel, maar dit zou ik liever LEVEN willen noemen.
ZIJN is volgens mij iets van onveranderlijkheid en in die zin ben ik niet. Mijn IK is niet voltooid en ik vraag me af of ze dat ooit zal zijn. Een zoekend wezen, en dat ben ik, zal altijd blijven leren en daardoor veranderen.
Dit veranderen gaat echter zo langzaam dat ik, wanneer ik nu opschrijf wie ik ben, morgen ogenschijnlijk hetzelfde wezen zal zijn, tenzij ik vandaag iets heel dramatisch meemaak en daardoor ongekende krachten in mezelf zal tegenkomen. Daar wil ik nu echter niet van uitgaan. Ik kan dus wel proberen te zeggen wie ik op dit moment denk te zijn.

De mensen in mijn omgeving hebben mij de naam Jessica Marie Mensink gegeven, alias Jessica, Jessie, Jes, Besje, Besje Boop, Jessebes, Jessepes en Jessepoes. Ik ben van het vrouwelijk geslacht en naar het zich laat aanzien heteroseksueel.
Uitgaande van de eerste definitie van het Van Dale Groot Woordenboek der Nederlandsche Taal ben ik een mens, een Homo Sapiens:

MENS, m. en (in bep. toepassingen) o. (-en), 1. het hoogst ontwikkelde, in biologische zin tot de klasse der zoogdieren (genus Homo) behorende wezen, dat zich in ‘t bijz. door zijn rede en zijn taal van de dieren onderscheidt.
Ik ben geboren op maandag 28 oktober 1985 om 2 minuten over half 4, hetgeen maakt dat ik nu 16 jaar ben. Ik leef in de 21ste eeuw en in de letterlijke betekenis ben ik dus een kind van deze tijd, waarmee ik niets over mezelf zeg.
Ik denk dat ik het beste kan verwoorden wie ik ben door iets te vertellen over mijn eigenschappen. Ik ben immers een individu, een subject, iets dat op zichzelf bestaat, drager van de eigenschappen.
Kenbaar ben ik immers voor welke mens dan ook enkel door mijn eigenschappen. Ik zou dan ook kunnen zeggen dat ik verschillende keren ben omdat ik in verschillende omstandigheden hetzij mij op verschillende manieren laat zien, hetzij op verschillende manieren gezien word.

Voor de op het uiterlijk gerichte en daarmee oppervlakkige kijker ben ik een tamelijk lang object met een slank postuur. Een meisje met een hoog voorhoofd en een lang gezicht, met twee blauwe ogen, een beetje een wipneus, een kleine mond met een niet helemaal regelmatig gebit en kleine oren met daarin meestal grote oorbellen.
En periodiek kan men ook een verzameling jeugdpuistjes waarnemen. Verder heb ik halflang donkerblond tot bruin haar, uit mijn gezicht weggekamd tot staart of knotje.
Mijn kleding wordt vaak ervaren als opvallend, in eerste instantie door de kleuren die ik draag, liefst rood, paars, turquoise of zwart, en in tweede instantie door het model.

Door mijn houding, die er n van kaarsrecht lopen is en bovengenoemde uiterlijke kenmerken, beticht deze oppervlakkige kijker mij van arrogantie en onverschilligheid.
Het feit dat ik weinig zeg wordt vaak opgevat als gebrek aan interesse en soms zelfs als gebrek aan intelligentie.

Nu zal ik mij bezighouden met introspectie, innerlijke zelfaanschouwing, want ik denk dat ik mijzelf geen recht doe door slechts mijn uiterlijke kenmerken opgesomd te hebben. Een mens wordt namelijk pas uniek, wanneer zijn innerlijke kracht kenbaar gemaakt wordt door middel van zijn gedrag.

In plaats van arrogant ben ik een gevoelig en kwetsbaar persoon. Die gevoeligheid uit zich enerzijds op een lichamelijke manier, namelijk door de verschillende allergien waarmee ik te kampen heb. En de muur die ik om me heen gebouwd heb en die voor arrogantie gehouden wordt, zorgt ervoor dat de andere, geestelijke, uiting van mijn kwetsbaarheid alleen voor mijzelf merkbaar is.
I’m not a red football, to be kicked around the garden.
I’m a red christmastreeball and I’m fragile – Sinad o’ Connor
Ik ben sterk individualistisch ingesteld, heb een enorme behoefte om mijn eigen ding te doen, zoals mij creatief te ontplooien door te tekenen en te schrijven en zoveel mogelijk kennis te vergaren door te lezen.
Daarin wijk ik af van mijn gemiddelde leeftijdsgenoot, hetgeen soms conflicten binnen mijzelf of met anderen oplevert, waardoor ik dan niet ben – in ieder geval niet mezelf – door de behoefte om me aan te passen en anderen tevreden te stellen.
Wat ook wel tot conflicten leidt, is mijn streberigheid, mijn behoefte om in alles dat ik doe het beste uit mezelf te halen.

Een derde bron van conflicten is mijn duidelijke eigen mening, die ik tenmidden van een kleine groep mensen fel zal verdedigen. In de meeste gevallen ben ik echter meer toeschouwer dan deelnemer, omdat ik vrij verlegen ben zal ik mijn mening ten overstaan van een grote groep mensen niet gemakkelijk verkondigen.
Vaak beleef ik een groot genoegen aan het observeren van mensen en het luisteren naar hun verhalen, wat maakt dat mensen graag hun verhaal aan mij komen vertellen.

Een opmerkelijke tegenstelling in mij is dan ook dat ik enerzijds urenlang stil en geconcentreerd ergens mee bezig kan zijn, maar dat ik anderzijds een druk, luidruchtig en beweeglijk persoon ben.
Ik ben dus niet zo saai als mensen op het eerste gezicht van mij denken, al is het waar dat ik van regelmaat houd. Onderbrekingen van buitenaf in mijn bestaan kan ik dan ook niet erg waarderen.

Ik wil mijn eigen leven in kunnen richten en ga daar zó ver mee door dat ik iets hoe dan ook zal doen, wanneer ik er mijn zinnen op heb gezet.
In bepaalde omstandigheden, bijvoorbeeld bij het maken van schoolwerk, is dit handig, omdat ik me dus niet erg snel van de wijs laat brengen en een doorzetter ben. Ik zal iets niet snel opgeven als het niet meteen lukt. Men noemt dit vaak sterk.
Aan de andere kant is mijn altijd volle schema met dingen die ik me voorgenomen heb te doen – verveling is iets waar ik echt nooit last van heb – lastig als er onverwachte dingen gebeuren of van me gevraagd worden.
Zo kan de simpele vraag of ik meega naar de stad mij al voor een probleem stellen, omdat ik voor mezelf al andere plannen gemaakt heb, bijvoorbeeld tekenen.

Nu kom ik bij hetgeen dat de mens volgens mij werkelijk onderscheidt van de dieren en dat is de gecompliceerdheid van zijn aard. De mens zelf noemt dit ‘een hogere intelligentie’, waamee hij het vermogen bedoelt om problemen te herkennen en op te lossen.
Een dier analyseert niet, het reageert meteen. Het dier IS. De mens bestaat uit tegenstellingen en stelt zich altijd vragen, hij denkt meestal in de toekomst of het verleden en ondergaat daardoor zelden het moment. Hij IS dus zelden. Dit heb ik gemeen met andere mensen.

We worden opgevoed met allerlei normen en waarden en laten door disciplinering en normalisering niet meer zien wie we werkelijk zijn.
We vertroebelen ons wezen door voortdurend tevreden te willen stellen, door te beantwoorden aan de eisen die door anderen en onszelf aan ons zijn opgelegd.
Ik hoop dat er een tijd komt dat de mensen aan mij vragen wat ik doe en dat ik dan kan antwoorden: “Ik doe niets, ik ben.”
Ik ben op dit moment al aardig deskundig in het KUNNEN (dat wil zeggen dat ik kan lezen, schrijven en tekenen, ik dans op een redelijk niveau en haal hoge cijfers op school) en ik wil me gaan oefenen deskundig te worden in het ZIJN (waarmee ik bedoel: het kunnen loslaten van de prestatiedrang en het ondergaan van het moment), oftewel de (mijn) natuur te volgen in plaats van haar te overheersen.
Maar voorlopig weet ik, dat ik ben voor het moment: sterk, gevoelig, verlegen, individueel, intellectueel, creatief en tevreden.

Jessie xx…

 

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

*

You may use these HTML tags and attributes: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>