Een betere wereld (kerstverhaal 2001)

EEN BETERE WERELD
Kerstverhaal van Jessie Mensink – december 2001

VREDE OP AARDE, OFTEWEL: EEN BETERE WERELD

Overal vlogen elfjes, en druk dat ze waren… Er was namelijk iets vreselijks gebeurd. Het was bijna kerstmis en duizenden pakjes moesten nog naar al die lieve kindertjes gebracht worden, maar de kerstman was dit jaar niet in staat dat zoals andere jaren samen met Rudolf, zijn rendier, te doen. De kerstman zat namelijk in de gevangenis. Nu zul je je afvragen: wat moet de kerstman in ‘s hemelsnaam in de gevangenis? De kerstman is toch een goede man? Ja, ik kan je geruststellen, de kerstman is inderdaad een goede man, heel goed zelfs. Niet alleen zet hij zich in om alle mensen met Kerstmis mooie cadeautjes te bezorgen, maar hij houdt zich met nog veel meer belangrijke zaken bezig…

Zo wilde hij dit jaar proberen alle mensen die onterecht in de gevangenis opgesloten zijn, weer op vrije voeten brengen. En alle wijze mensen, zo ook de kerstman, weten dat het nooit rechtvaardig is om mensen op te sluiten. Een mens heeft namelijk niet het recht een ander mens, wat voor vreselijke dingen diegene ook gedaan heeft, op te sluiten. Want dat is toch ook niet aardig? Denk maar eens aan je ouders, als zij jou voor straf in je kamer opsluiten, voel je je dan niet heel verdrietig en alleen? Zo zit het dus ook met alle mensen in de gevangenis. Als ze opgesloten worden als straf, worden ze alleen maar bozer, en gaan nog ergere dingen doen, wanneer ze vrijkomen. Ze moeten dus geholpen worden en niet gestraft. Net zoals jij ook liever door je moeder op schoot genomen zou worden, dan in je kamer opgesloten.

Daarom heeft de kerstman samen met zijn vriend, de grote tovenaar Beatus, geprobeerd iedereen een gelukkig kerstfeest te bezorgen, door de gevangenissen in de hele wereld te sluiten. Maar het is helemaal niet goed uitgepakt… in plaats van mensen te helpen, is de kerstman nu zelf ook opgesloten, omdat de gevangenisbewakers dachten dat hij een gevangene was, die probeerde te ontsnappen.
Nu zou het voor tovenaar Beatus niet moeilijk zijn geweest om de kerstman te bevrijden en ook alle andere gevangenen, maar hij wilde dat niet. De bedoeling was om een werkelijke vrede op aarde te bewerkstelligen, met medewerking van alle mensen, echt allemaal. Natuurlijk moet daar dan geen magie aan te pas komen. Maar ondertussen zat de kerstman nog steeds vast en was het voor hem niet mogelijk om goede zaken te verrichten.

Gelukkig waren alle elfjes hem trouw en waren ze ijverig op zoek naar een passend cadeau voor ieder kind, of het nou groot was of klein, lief of stout. Deze kleine gevleugelde wezentjes hadden alleen n probleem: ze wisten niet wat al die kinderen wilden hebben. De kerstman wist dat wel, hij kende het verlanglijstje van ieder kind uit zijn hoofd, maar de hoofdjes van de elfjes waren z klein dat er niet veel verlanglijstjes in pasten.

Ondertussen ging het ook in de gevangenis niet goed: de anders zo dikke en vrolijke kerstman kreeg net als iedere andere gevangene alleen water en brood. Daardoor was hij in korte tijd ontzettend veel kilo’s afgevallen, hij was bijna niet meer te herkennen! Daar komt bij dat de cellen allemaal vies en koud waren en de kerstman was ziek geworden. Hij werd steeds zieker en zieker, doordat hij zo verdrietig was. De gevangenen behandelden hem slecht en zijn plan was compleet mislukt, hij begon bijna te geloven dat gevangenen echt slechte mensen waren.

Toch bleef hij hen met respect behandelen. Daarover waren alle gevangenen erg verbaasd, ze waren van kleins af aan gewend dat niemand van hen hield en daar was opeens die aardige oude man, die net deed alsof hij met normale mensen te maken had. En dat was natuurlijk ook zo. De kerstman kon steeds beter met hen opschieten en op een regenachtige en kille avond, vertelde hij hen zijn plan. Natuurlijk wilden ze allemaal vrede op aarde, maar was dat mogelijk? De kerstman zei hen dat dat altijd mogelijk was, als ze het maar hard genoeg hoopten. En dat deden ze.
De gevangenisbewaarders merkten dat er iets gaande was. Ze werden niet meer afgesnauwd en bespuwd door de gevangenen, als ze wilden, mochten ze zelfs deelnemen aan het gesprek. Zo ontstond er een hechte vriendschap tussen alle mensen in de gevangenis.

Op een keer kwam de directeur van de gevangenis kijken en hij snapte er niets van. De gevangenisbewaarders waren ook in de cellen gaan zitten en het was heel gezellig. Omdat de directeur altijd maar de baas had willen zijn over andere mensen, had hij helemaal geen vrienden. Het leek hem zo gezellig om ook bij de groep gevangenen en hun bewakers te gaan zitten, maar hij durfde niet goed. Bang dat hij zich belachelijk zou maken. De kerstman zag dat en nodigde de directeur uit om erbij te komen. Iedereen accepteerde hem volledig en de directeur was erg ontroerd. Wat zou hij graag met al deze mensen samen in zijn eigen huis kerstmis willen vieren, maar dat kon helaas niet… of toch wel?

Meteen de volgende dag belde hij al zijn collega’s, waar hij normaal geen contact mee had door de hevige concurrentiestrijd. Hij vertelde hen over de totaal nieuw situatie in zijn gevangenis en zij waren allemaal zo nieuwsgierig dat ze een kijkje kwamen nemen. De gevangenisdirecteur wist dat dit alles was begonnen toen die dikke oude man met die lange baard en dat rode pak was binnengekomen. Ook dat vertelde hij aan zijn collega’s en die vroegen vervolgens of die oude man misschien ook even in hun gevangenissen mocht komen om te kijken of de sfeer daar dan net zo zou veranderen.

Eerst aarzelde de directeur, want hij was bang dat de gezelligheid binnen zijn eigen gevangenis dan weer zou verdwijnen. Uiteindelijk besloot hij toch maar toe te stemmen, want stel je voor dat het overal zo goed zou worden, dan waren er geen gevangenissen meer nodig.

Het werkte inderdaad, nadat de kerstman een maand in de verschillende gevangenissen had doorgebracht, heerste er daar overal vrede, maar buiten niet… Binnen gezinnen was er ruzie en hele bevolkingsgroepen moordden elkaar uit. De kerstman overlegde met de gevangenisdirecteur en allebei dachten ze dat het beter was alle gevangenen vrij te laten. De gevangenen zouden misschien zo’n gunstige invloed op alle vrije mensen hebben, dat de ultieme vrede bereikt zou kunnen worden. De gevangenisdirecteur schakelde op zijn beurt zijn collega’s in en het kostte hem weinig moeite hun te overtuigen. De volgende dag werden allen, na het eten van een groot feestmaal, vrijgelaten.

Aanvankelijk was de buitenwereld bang voor de ex-gevangenen. Ze waren bang dat die hun en hun kinderen veel kwaad zouden berokkenen. Dit bleek echter niet het geval te zijn. Alle ex-gevangenen dansten door de straten en hadden het vreselijk gezellig, zodat het ouders steeds meer moeite ging kosten hun kinderen binnen te houden. Kinderen zijn namelijk een stuk toleranter en vergevingsgezinder dan hun ouders. De ouders zagen hoe gelukkig en gezond hun kinderen waren en ze konden simpelweg niet langer bezwaar maken tegen al die vrolijkheid. Sommigen gingen zelfs al meedoen!

De kerstman zag hoe goed alles ging en besloot terug te keren naar zijn dagelijkse werk, namelijk het uitzoeken van cadeautjes. Het was intussen al half november, dus veel tijd had de kerstman niet meer. Hij hoopte maar dat de elfjes een beetje opgeschoten waren met hun werk… Na een lange reis, die zonder zijn rendier en zijn slee heel wat moeizamer verliep dan anders, bereikte de kerstman eindelijk zijn kleine huisje in de bergen. Hij trof er stapels cadeautjes aan en een heleboel naamkaartjes, maar daarnaast zaten nog meer wanhopige elfjes. Ze wisten niet meer wat te doen en hadden, tamelijk vermoeid, hun werk erbij neergelegd.

De jongste van de elfjes huilde: “Wwat moeten we nu doe-doehoen? Zo krijgen … al die kinderen nooit meer … op tijd hun cadeau-ho-tjes.. , wat zullen ze verdrietig zijn…” De kerstman was gelukkig heel wat optimistischer, hij liet het jonge elfje door zijn telescoop de wereld van de mensen zien. Op de straten was het een drukte van jewelste, hele dorpen dansten, lachten en zongen, iedereen was blij. Nou ja, iedereen…

Toen de kerstman zijn kijker op het regeringsgebouw richtte, zag hij enkel boze en droevige gezichten van knorrige oude mannetjes. Zij waren vreselijk bezorgd om hun economie. Niemand ging meer naar zijn werk, kinderen hoefden van hun ouders niet meer naar school. Er werd niet genoeg geld meer verdiend, maar niemand luisterde meer naar die oude mannetjes. Ook die oude mannetjes hadden echter behoefte aan liefde en vriendschap, dus ze dachten dat het geen kwaad kon om zich eens onder de mensen te gaan begeven.

Natuurlijk kon het geen kwaad… het was immers KERSTMIS! Omdat niemand meer in zijn huis was, wist de kerstman ook niet waar hij welke cadeautjes moest bezorgen, dus hij deed iets wat hij nooit eerder gedaan had: hij liet de cadeautjes gewoon uit de lucht vallen. Iedereen pakte een cadeautje dat hij leuk vond en elk mens was compleet gelukkig, ook de oude mannetjes die eens zo humeurig geweest waren…

Dit was lang, heel lang geleden. Die mooie tijd is nu voorbij, iedereen is uiteindelijk serieus geworden en de gevangenissen zitten weer vol met vermeende misdadigers. Maar je ziet, er bestaat een betere wereld, als je het maar hard genoeg wilt…

IN WEZEN IS IEDER MENS EEN GOED MENS!
VROLIJK KERSTFEEST!!!
Jessie xx…
Kerstmis 2001

 

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

*

You may use these HTML tags and attributes: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>