VOORWOORD
Wanneer men tegenwoordig de overblijfselen van de oudheid onderzoekt, beperkt men zich meestal slechts tot één discipline. Dit kan onder meer Latijn, Grieks, oude geschiedenis, archeologie of antieke wijsbegeerte zijn. Dit is onvermijdelijk gezien de grote hoeveelheid materiaal, maar desalniettemin betreurenswaardig, daar de verschillende disciplines elkaar veelal kunnen bevestigen, nuanceren of juist tegenspreken.
De Romeinse keizer Marcus Aurelius, die regeerde van 161 tot 180, is een perfect voorbeeld van een historische persoon die vanuit meerdere invalshoeken belicht kan worden. Marcus Aurelius werd in 121 geboren te Rome als telg uit een adellijk geslacht. Toen hij nog erg jong was, werd de aandacht van keizer Hadrianus op hem gevestigd. In 138 werd Marcus Aurelius door Hadrianus’ opvolger Antoninus Pius geadopteerd en zo deed hij zijn intrede in de keizerlijke familie. In 161 besteeg hij de troon en deelde zijn macht aanvankelijk met zijn adoptiebroer, Lucius Aurelius Verus. Na diens dood regeerde hij alleen. Als keizer was hij conservatief en volgens de Romeinse standaarden goed. Ondanks de aaneenrijging van rampen, zoals de overstroming van de Tiber, de verscheidene grensoorlogen en het uitbreken van de pest, wist Marcus Aurelius het rijk in gelukkige toestand over te leveren aan zijn zoon en opvolger Commodus.
Over Marcus Aurelius zijn er ten eerste verschillende historiografische bronnen uit de oudheid overgeleverd van onder anderen Cassius Dio en Eutropius. Ten tweede bezitten we uit de oudchristelijke hoek enige testimonia over de verhouding van Marcus Aurelius tot de christenen. Ten derde zijn er in opdracht van de keizer verschillende bouwwerken, waaronder zijn zuil opgericht, die ons vanuit klassiek archeologisch perspectief een beeld geven van Marcus Aurelius en zijn politiek. De vondsten van aardewerk en munten in het barbaricum zijn voor provinciaal Romeinse archeologen van groot belang voor de beeldvorming. Daarnaast bezitten wij enkele teksten van de hand van Marcus Aurelius. In het latijn heeft hij een correspondentie gevoerd met zijn vriend en leermeester Marcus Aurelius Cornelius Fronto. Tot slot zijn er de Persoonlijke notities die Marcus Aurelius bij wijze van filosofisch gewetensonderzoek waarschijnlijk heeft geschreven toen hij van 171 tot 175 op campagne was in centraal Europa.
Heden ten dage staat Marcus Aurelius bekend als de beste der Romeinse keizers. Het positieve imago van deze keizer is hoofdzakelijk gevormd door de historiografische bronnen en zijn Persoonlijke notities. Deze bronnen schilderen Marcus Aurelius af als iemand die zeer geleerd en verfijnd was, om macht en het daarbij behorende machtsvertoon weinig gaf en om rechtvaardigheid des te meer. Hij was een stoïcijn in zoverre dat hij het stoïcisme als zijn levensrichtlijn gebruikte. Zelf leefde hij sober en jegens zijn medemens was hij zeer mild. Dit zeer positieve beeld wordt echter zowel door de archeologie als door de oudchristelijke testimonia tegengesproken.
Om de lezer een genuanceerd beeld van keizer Marcus Aurelius te verschaffen zijn in deze bundel ten eerste vier essays uit de verschillende disciplines opgenomen. De eerste twee essays, waarvan het eerste handelt over de historiografische bronnen en het tweede over de Persoonlijke notities, herhalen het welbekende beeld van de milde stoïcijn Marcus Aurelius. De twee essays die daarop volgen en respectievelijk handelen over de Marcomannenoorlog en de Christenvervolgingen, nuanceren dit al te positieve beeld enigszins of spreken het zelfs tegen. Tenslotte volgt een vijfde langer essay, waarin aan de hand van de voorgaande essays een zo volledig mogelijk beeld geschetst wordt van keizer Marcus Aurelius. In dit vijfde essay worden tevens de vragen die in het eerste essay niet afdoende behandeld zijn hernomen. Tot slot is als appendix een essay opgenomen over de relatie tussen Marcus Aurelius en zijn leermeester Fronto.
Jessie Mensink
Nijmegen, januari 2006
(…)
(De vijf essays zijn voor de geïnteresseerde bezoeker te verkrijgen via het contactformulier)
SYNTHESE
Ons beeld van Marcus Aurelius, dat voornamelijk tot stand is gekomen op basis van historiografische bronnen en de Persoonlijke notities van de keizer, is vaak zeer positief. De historiografen hebben alle goede kanten uitvergroot en zijn mindere kwaliteiten verontschuldigd, weggevaagd of zelfs omgezet in positieve eigenschappen en het beeld dat ons bijblijft uit de Persoonlijke notities is dat van de milde, filosofische en menslievende keizer.
Bij het ontbreken van een beleidsplan, kan een keizer enkel beoordeeld worden op grond van zijn prestaties of de manier waarop hij zijn taken vervulde. De belangrijkste taken van de keizer zijn het geven van militaire leiding, het rechtspreken en het zorgen voor het volk. Voor het geven van militaire leiding van Marcus Aurelius allesbehalve geschikt. Hij is de keizer onder wie de meeste manschappen zijn gesneuveld. Met moeite heeft hij de grenzen van het rijk bewaard. Met rechtspreken had Marcus Aurelius geen moeite. Ook zorgen voor het volk deed hij in principe goed. Hij was zeer gul en mensvriendelijk. Hierbij moet echter wel opgemerkt worden dat er, zo meldt Cassius Dio, ook mensen waren die Marcus Aurelius als gierig zagen. Ook is het de vraag of de al te grote afkeer van bloed van de keizer door het volk, dat erom bekend staat bloed te willen zien, misschien niet zo erg is gewaardeerd. Al met al kunnen we toch stellen dat Marcus Aurelius aan al zijn taken als keizer in meer of mindere mate heeft voldaan.
Wat hem echter van een voldoende tot een uitmuntende keizer heeft gemaakt is zijn vermogen tot het voeren van propaganda. Het eerste dat hij perfect heeft gedaan is het te vriend houden van de senatoren. Dit is erg belangrijk omdat de historiografen, die het imago van een keizer voor een groot deel bepaalden, afkomstig waren uit de senatoriale kringen. Als geen ander was Marcus Aurelius geliefd bij de senaat, omdat hij de senatoren zo vriendelijk en respectvol bejegende. Een tweede – misschien onbewust – propagandamiddel vormen de Persoonlijke notities, waardoor Marcus Aurelius tot onze tijd toe als milde Stoïcijn wordt betiteld.
Iets dat Marcus Aurelius heel bewust heeft gedaan, is het laten bouwen van zijn zuil. Hoe slecht het ook ging ten tijde van de Marcomannenoorlog, de burgers van Rome zullen hiervan weinig hebben gemerkt. Op de zuil zijn slechts overwinnende Romeinen te zien, waardoor de indruk van Romeinse superioriteit bij de burgers moet zijn ontstaan. De zuil is er mede verantwoordelijk voor dat de Marcomannenoorlog veelal minder belangrijk wordt geacht dan hij waarschijnlijk geweest is. Tenslotte heeft Marcus Aurelius ook de religie geraffineerd ingezet om de aandacht af te leiden van de problemen in het rijk door meerdere malen religieuze maatregelen te treffen. Door duidelijk te maken dat de christenen onaangepast waren, wendde het volk zijn woede tot deze gemakkelijke zondebokken.
Hoewel Marcus Aurelius in de manier waarop hij zijn taken invulde niet slecht was, blonk hij ook niet uit. Door zijn uitstekende presentatie is hij echter de geschiedenis ingegaan als één van de beste Romeinse keizers.
(…)
TOT SLOT
In deze bundel is getracht vanuit de verschillende disciplines een genuanceerd en volledig beeld te geven van het regeren van keizer Marcus Aurelius. De vele informatie die vanuit de veschillende disciplines voorhanden bleek te zijn, heeft mij de gelegenheid geboden mij in zijn ideeën en handelswijze te verdiepen en zo tot een afgerond geheel te komen. Ik hoop met mijn onderzoek een voor de lezer boeiend profiel van Marcus Aurelius neergezet te hebben. Voor het tot stand komen van deze bundel wil ik ook graag mijn meelezers, Prof. Dr. M. Erdrich, Dr. A. van Hooff, Dr. V. Hunink, Ine Mensink-Jenniskens en Wim Pelgrim bedanken.
Jessie Mensink
Nijmegen, januari 2006
GERAADPLEEGDE BRONNEN
Primaire bronnen
Cary, E. en Foster, H.B. vert. 1927. Dio Cassius – Roman History. Londen: Harvard University Press.
Haines, C.R., 1955. The correspondence of M. Cornelius Fronto I. Londen: Harvard University Press (The Loeb Classical Library).
Haines C.R., 1957. The correspondence of M. Cornelius Fronto II. Londen: Harvard University Press (The Loeb Classical Library).
Van den Hout, P.J. 1999. A commentary on the letters of M. Cornelius Fronto.
Lippold, A. vert. 1998. Die Historia Augusta: eine Sammlung römischer Kaiserbiographien aus der Zeit Konstantins. Stuttgart: Franz Steiner Verlag.
Mayhoff, C. ed. 1986.C Plini Secundi Naturalis Historiae Libri XXXVII. Stuttgart: Teubner.
Pichlmayr, F. vert 1911. Incertus auctor – Epitome de caesaribus. Leipzig: Teubner.
Radice, B. vert. 1969. Pliny: Letters and panegyricus. London: Heinemann
Reeb, W. ed. 1930. Tacitus’ Germania. Stuttgart: Teubner
Rolfe, J.C. vert. 1939.Ammianus Marcellinus. London: Heinemann
Ruehl, F. vert. 1887. Eutropius – Breviarium ab urbe condita. Leipzig: Teubner.
www.vincenthunink.nl (voor de vertaling van Plinius X, 97)
Secundaire bronnen
Birley, A.R. 2004. Marcus Aurelius: A biography. Londen: Routledge.
Cova P.V. 1966, ‘Marco Cornelio Frontone’. In: Aufstieg und Niedergang der römischen Welt, ed. Temporini, H. en Haase, W. Berlijn/New York: Walter de Gruyter & Co
Domanski, G. 1993. ‘Die Bevölkerungszunahme in Mitteleuropa und die Gründe für den Ausbruch der Markomannenkriege.’ In Markomannenkriege – Ursache und Wirkungen, eds. Friesinger, H., Tejral, J., Stuppner, A. Wenen.
Erdrich, M. 2001. Rom und die Barbaren. Das Verhältnis zwischen den Imperium Romanum und den germanischen Stämmen vor seiner Nordwestgrenze von der späten römischen Republik bis zum Gallischen Sonderreich. 103-128. Mainz am Rhein.
Everard, M. 1994. Ziel en zinnen. Groningen: Historische uitgeverij
Gibbon, E. 1896. The Decline and Fall of the Roman Empire. Londen
Grant, M. The Antonines – The Roman Empire in Transition. Londen: Routledge.
Hooper, Finley en Schwartz. 1991. ‘Fronto’ In Roman Letters – History from a personal point of view. Detroit: Wayne State University Press.
Humphries, M.L. 1997. ‘Michel Foucault on Writing and the Self in the Meditations of Marcus Aurelius and Confessions of St. Augustine.’ Arethusa 30.1: 125-138. Illinois: The Johns Hopkins University Press
Jones, B. D. 2005 ‘Marcus Aurelius, Enlightened persecutor’. In: Liberty magazine.
Kehne, P. 1993. ‘Das Instumentarium kaiserzeitlicher Aussenpolitik und die Ursachen der Markomannenkriege’. In Markomannenkriege – Ursache und Wirkungen, eds. Friesinger, H., Tejral, J., Stuppner, A. Wenen.
Krafft, P. 2002. ‘Fronto und Minucius Felix.’ In Alvarium (Festschrift für Christian Gnilka), ed. Blümer, W., 219-225. Münster.
Mill, J.S. 1882. ‘Antoninus, Marcus Aurelius.’ In Chambers’s Encylopaedia. London.
Millar, F. 1977. The Emperor in the Roman World. Londen: Duckworth.
Mooij-Valk, S. 2002. Marcus Aurelius – Persoonlijke notities. Amsterdam: Ambo/Anthos.
Motschmann, C. 2002. Die Religionspolitik Marc Aurels. Stuttgart: Franz Steiner Verlag 2002 (Hermes Einzelschriften 88).
Pirson, F. 1996. ‘Style and message on the Column of Marcus Aurelius’. In Papers of the British School at Rome 64, 139-179. Oxford: Oxbow books.
Post, E.M. 1987. Het land, in brieven. Amsterdam: Querido
Pouderon, B. vert. 1992. Athénagore. Supplique au sujet des chrétiens et Sur la resurrection des morts. Parijs: Le Cerf. (Sources Chrétiennes 379)
Rist, Cf. J. 1982. ‘Are you a Stoic? The case of Marcus Aurelius.’ In Jewish and Christian Self-Definition, eds. Meyer, B.F. en Sanders, E.P. Philadelphia.
Sallmann K. 1989. ‘Die literatur des Umbruchs’ In Handbuch der Lateinischen Literatur der Antike, ed. Herzog, R en Lebrecht Schmidt, P. München: C.H. Beck
Wagenvoort, H. 1943. Varia vita : schets van de geestelijke stromingen in Rome en Italië van omstreeks 200 vóór tot 200 na Chr. Groningen: Wolters.