Laatste posts |
|
Countdown:in 1 week, 5 days, 22 hours, 2 minutes, 26 seconds |
Pas geleden schreef ik een artikel over werkplekleren onder docenten. De school waar ik werk, zal qua werkleerklimaat niet veel verschillen van andere middelbare scholen in Nederland: het werkplekleren kreeg tot voor kort vorm door bijvoorbeeld praten met collega’s, af en toe een studiemiddag, het lezen van vakbladen en intervisie. Zoals op veel scholen is ook bij ons intervisie georganiseerd vanuit een deficiëntiegedachte: alleen de docenten die pas één of twee jaar op school werken worden echt uitgenodigd. De rest van het team mag aansluiten, maar daarvoor is de animo gering. Dit jaar is er iets nieuws bedacht om te zorgen dat docenten zich blijven ontwikkelen: de salonbijeenkomst. De insteek? Er wordt een professional uitgenodigd om met een mooie presentatie het team tot denken aan te zetten. Vervolgens is er kort de tijd voor discussie en met die discussie mag men gerust doorgaan tijdens de borrel die op de salonsessie volgt. Wat mij betreft is de insteek prima: snel en prikkelend.
De eerste salonbijeenkomst, die ging over de ELO, bleek succesvol: na afloop waren veel collega’s geïnteresseerd in de ELO en al snel daarna was hij in gebruik. En hoewel hij nog in een testfase is, ben ik er blij mee. De bijeenkomst van vandaag ging over social media. Naar deze bijeenkomst keek ik erg uit. Ik weet dat bij ons op school (waar niet trouwens?) de meningen over bijvoorbeeld Twitter ernstig verdeeld zijn. De uitgenodigde professional van vandaag was Marcel Kesselring (@marathonkeje) en na het bekijken van zijn site, hoopte ik op de volgende inhouden (twee stuks, daarom de misschien vreemde titel di-lemma): 1. Hoe wil de school omgaan met social media; 2. Hoe kan ik social media inzetten in het onderwijs. Hoewel het eerste onderwerp iets meer aan bod kwam, dan het tweede, was ik teleurgesteld op beide fronten. De bijeenkomst werd een soort ‘social media voor dummies’ (waarmee ik geenszins ons personeel voor dummies wil uitmaken, maar enkel over het niveau van de presentatie spreek.) Daarom dit kleine blogje, waarin ik mijn visie op beide inhouden uiteen zal zetten.
1. Hoe zou een school volgens mij moeten omgaan met social media?
Ik denk dat men in deze tijd niet meer om social media heen kan. De generatie waaraan wij nu lesgeven, is opgegroeid met computers, opgegroeid met internet en opgegroeid met social media. Ik denk (en dit beeld is mede ontstaan door de lezing van psychologe Martine Delfos op het pestcongres, dat ik vorig jaar heb bijgewoond) dat er rond social media één echt groot probleem is: kinderen zijn in zekere zin alleen in de wereld van de social media. Hun ouders en andere volwassenen weten niet of maar half wat er gebeurt op internet en wat er allemaal mogelijk is. Daardoor krijg je een soort digitale rimboe.
Dat zal ik toelichten: civilisatie (het zich ‘beschaafd’ gedragen) is een eeuwigdurend proces van het aanleren, afleren en bijsturen van gedrag, wat ertoe leidt dat mensen in een vreedzaam netwerk kunnen samenleven. Ze weten wat er van hen wordt verwacht en ook wat er niet van hen wordt verwacht. Ze kennen de zogenaamde mores. De belangrijkste factoren bij civilisatie zijn ouders en in mindere mate ook docenten: zij begeleiden kinderen in hun proces van volwassenwording. Naarmate de leeftijd van het kind toeneemt, zal de begeleiding minder worden, totdat die begeleiding uiteindelijk (bijna) niet meer nodig is en het kind zichzelf kan handhaven in de maatschappij en ook weer nieuwe generaties tot volwassenheid kan begeleiden. Op internet is die begeleiding er niet of is die tenminste veel minder intensief. Dus wat krijg je: je gooit een groep mensen bij elkaar in een virtuele maatschappij (community, network, o.i.d.) en zegt eigenlijk: zoek het allemaal maar uit. En daardoor moet zich een heel nieuwe civilisatie ontwikkelen. Rimboe dus.
Wil ik dan intensieve begeleiding van kinderen op internet? Ja en nee. Ik denk niet dat volwassenen moeten proberen controle uit te oefenen over het internetgebruik van de jeugd. Waarom niet? Simpelweg omdat we dat niet kunnen. We lopen zover achter op de jeugd dat controle of repressie onmogelijk is. Kinderen zijn ons gewoon te slim af. Ik ben wel voor een ander soort begeleiding: de dialoog. Als ik zelf kinderen had, zou ik hen vragen wat er allemaal te doen is op internet. Wat zij doen op internet. Wat prettig is. Wat niet. Wie ze er ontmoeten. En hoe. Ik zou van hen willen leren. Ook vanuit de ondergeschikte positie is een dialoog over mores te voeren en sturen. We kunnen dus in ieder geval helpen het civilisatieproces te versnellen. Wat mij betreft zou het spreken in vergelijkingen daarbij een perfect middel zijn om de virtuele maatschappij te spiegelen aan de werkelijke maatschappij. Zou jij je school onderspuiten met nare graffity over bijvoorbeeld docenten? Nee? Waarom spuit je het internet er dan wel mee vol? Gebruik jij een anonieme twitter? Stuur je in het echte leven ook anonieme valentijnskaarten? Bel je anoniem de politie als er een hond op je stoepje poept? Vul je bij enquêtes liever niet je naam in? Stuur je anonieme briefjes naar je rector of docent als iets je niet aanstaat? Doe je aan vandalisme met een bivakmuts over je hoofd?
Deel van de begeleiding van de jeugd in de digitale wereld zou wat mij betreft zijn ‘het erin meegaan’. Ook online is het gesprek over mores te voeren. Leerlingen communiceren veel online; op die manier kun je hen, denk ik, goed bereiken. Ik merk dat leerlingen het handig vinden om te mailen, dat ze het handig vinden om hun cijfers en rooster online te kunnen bekijken en dat ze al herhaaldelijk hebben gevraagd om een twitterkanaal voor roosterwijzigingen. Mijn school gaat mee met de digitale wereld, maar doet dat soms halfslachtig. Wat mij betreft zijn er twee zaken belangrijk aan twitteren: 1. tweets moeten nieuwswaarde hebben, 2. Twitter is een sociaal medium, dus het gaat om contact. We hebben een Twitter (@beekvlietgym), maar gebruiken dat als informatiekanon. Nieuwswaarde is er dus wel, maar contact niet echt. Op wie zou die twitter zich moeten richten? Het lijkt nu (qua taal) vooral te gaan om ouders (van toekomstige leerlingen), maar zou het niet ook om de huidige leerlingen moeten gaan? Of zouden er twee twitteraccounts gemaakt moeten worden: één voor de reclame/marketing (met belangrijk nieuws en propaganda) en één voor leerlingen (voor het gezellige contact binnen onze – in het werkelijke leven althans – zo warme schoolcommunity)? Voor dat laatste voel ik wel iets: natuurlijk moet belangrijk nieuws snel verspreid worden en Twitter leent zich daarvoor prima, maar ook een sfeer moet neergezet worden. Twitter is immers ons digitale c.v. !
2. Hoe kan ik social media inzetten in het onderwijs?
Dit deel van mijn blog zal ik vormgeven als een opsomming. Meer collega’s vroegen zich af wat ze nu eigenlijk kunnen met sociale media in de klas. Zie hieronder enkele mogelijkheden. Vul gerust aan!
* Een besloten Twitter-groep/Facebook-groep voor een klas/cluster om leerlingen over vakgerelateerde stellingen te laten reageren. Twitter is immers vaak beter en sneller bereikbaar dan een ELO. Dit kan in de vrije tijd, maar ook tijdens de les. Het kan leerlingen die normaal niet zoveel zouden zeggen, helpen om ook deel te nemen aan een discussie (bijvoorbeeld met tweets met een bepaalde hashtag op het scherm).
* Een besloten Twitter-groep/Facebook-groep per klas/cluster om leerlingen elkaar online te laten helpen/uitleggen. Bijkomend voordeel: leerlingen leren bondig formuleren. Het vergt soms denkwerk om een idee in 140 tekens onder woorden te brengen.
* Leerlingen contact laten zoeken met bepaalde professionals voor een bepaalde opdracht.
* Leerlingen bepaalde gedachtes die ze normaal niet uiten in een les (korte vragen of opmerkingen over de les of over bijkomende zaken zoals toetsdata) expliciet laten maken (bijvoorbeeld met tweets met een bepaalde hashtag op het scherm). Dit zou leerlingen zelfs kunnen helpen om datgene wat hen normaal gesproken afleidt even te ‘parkeren’.
* Het laten schrijven van blogs over bepaalde onderwerpen. Omdat blogs voor een groot publiek toegankelijk zijn, zijn leerlingen meer geneigd om om hun formuleringen te letten.
* Docenten kunnen leerlingen op de hoogte houden van deadlines en ander nieuws.
* Docenten zouden de aandacht kunnen richten door bijvoorbeeld een onderwerp te introduceren met ‘wie kan er het snelst op Twitter vinden…’
* Instructie zou kunnen worden opgenomen en verspreid via YouTube. Leerlingen kunnen die dan zo vaak terugkijken als ze willen.
* Online tegelijkertijd samenwerken aan een document kan via http://titanpad.com/ of http://liveminutes.com/
Conclusie
Ik denk dat social media onvermijdelijk zijn, ook in het onderwijs. En als ze dan toch onvermijdelijk zijn, kunnen we ze dan niet beter gebruiken? Voor goed gebruik zijn volgens mij mores nodig. Maar die mores krijg je niet door repressie door de nitwit, maar door gesprek en geleidelijke civilisatie.
No related posts.
@jessie jammer om te lezen dat de presentatie niet aan jouw verwachtingen heeft voldaan. De uitnodiging is gebaseerd geweest op basis van een presentatie bij OMO (http://www.slideshare.net/hutspot/van-rotschool-naar-topschool) zoals afgesproken in de voorbespreking. Gezien jouw reactie en de discussie was andere aanpak waarschijnlijk beter geweest http://www.hutspot.nl/2011/workshops-sociale-media-in-het-onderwijs/.
Wat mij vooral opviel was het kat en muis spel tussen een anonieme twitteraccount (waarschijnlijk van leerlingen) en de school. Beide houden elkaar in een houdgreep waar men niet uit kan of wil komen. Anonimiteit is inderdaad een issue, dan is het natuurlijk niet handig als een docent voor deze middag een anonieme account maakt met daarop wat provocerende tweets voor leerlingen. Als de school uit de houdgreep wil komen dan moet het meer de regie gaan nemen. Hoe?
1. maak meer gebruik van leerlingenraad, zij zijn toch de officiële spreekbuis van leerlingen en gesprekspartner voor directie? Laat ze een twitter account aanmaken om te communiceren met leerlingen en docenten.
2. pak de huidige schoolregels op en kijk of ze voldoen vanuit social media oogpunt. Ga dan om te de tafel met vertegenwoordigers vanuit personeel, ouders en leerlingen. Maak een wiki waarop de achterban kan reageren op voorstellen uit deze groep. Neem een positieve insteek zoals adidas (http://smg.adidas-group.com/the_adidas_social_media_guidelines.php) en laat leerlingen helpen om het resultaat in een stripvorm of filmpje te gieten.
3. Organiseer een Teachmeet op Beekvliet, een informele bijeenkomst voor iedereen (leerlingen/docenten/OOP) die nieuwsgierig is naar social media. Iedereen kan deelnemen en zijn coole ideeën of geweldige social media ervaringen met anderen delen. Leerlingen en docenten delen hun kennis over social media, laten bijvoorbeeld zien hoe twitter werkt of hoe ze een geweldige APP hebben ontwikkeld. Hiermee geef je leerlingen een kans om te laten zien wat ze van social media weten en wat voor ideeën ze hebben voor social media op het Beekvliet Gymnasium.
4. Zet social media in bij het primaire proces. Je hoeft het wel niet uit te vinden, er is al genoeg online beschikbaar, bijvoorbeeld: http://ict-idee.blogspot.com/
5. Twitter CV? Leerlingen laten digitale sporen achter via twitter, leer ze om juist een online portfolio te maken om zich te presenteren op de arbeidsmarkt. LinkedIN is meer de plek voor een online CV. Waarom leerlingen niet op LinkedIN?
6. Maak Beekvliet Facebook pagina om juist die warme informele uitstraling te geven van de school, de hartslag! Deel hierin foto’s, berichten en laat leerlingen en ouders ook op berichten reageren en plaatsen. Gezamenlijk zijn jullie DE school.
7. Maak een Facebook fanpage voor je studiereis. Laat leerlingen hierop foto’s delen en berichten plaatsen voor het thuisfront, een online dagboek. Beheer deze pagina met leerlingen samen, geef ze eigen verantwoordelijkheid.
8. Deel je ervaringen met collega’s
Hopelijk heb je iets aan de tips!
Er zijn al zoveel mogelijkheden en er zijn al zoveel instrumenten die je morgen in het basisonderwijs kan toepassen. Laat kinderen samen maar een het werkwoordelijk gezegde oefenen op een titanpadje. Of wat denken van een Liveminutes waar topografie geoefend kan worden samen! En dan hoef je niet eens naast elkaar op de computer te zitten. Het kan allemaal zo eenvoudig zijn als je de juiste instrumenten weet te vinden…
@Erwin: Dat denk ik ook. En waarom morgen in plaats van vandaag? Ik zal jouw twee links (Titanpad en Livenotes) toevoegen aan de lijst, dank daarvoor.
@Marcel: Leuk dat je reageert! Ik denk dat voor bijna iedereen die andere presentatie beter geweest zou zijn. Nu werd er in het eerste halfuur niets nieuws geboden en daarna werd de angst voor sociale media op ongelukkige wijze vergroot in plaats van verkleind, geheel tegen de bedoeling van titel ‘weg met de angst voor de sociale media’ in.
Wat ik aan je reactie trouwens grappig vind, is dat het eigenlijk geen reactie is. Weer leg je onmiddellijk de focus bij het spel dat gespeeld wordt met de leerlingtwitter (die kreeg wat mij betreft ook gisteren teveel aandacht). Ik krijg nu tips om dat zogenaamde probleem (persoonlijk zie ik het probleem niet zo) op te lossen, terwijl ik daaraan in mijn blog maar heel zijdelings gerefereerd heb. Toch zal ik hieronder puntsgewijs reageren:
1. Lijkt me een prima idee, wat mij betreft kunnen we trouwens ook gewoon gebruik maken van de groep die zich nu al als leerlingtwitteraar heeft opgeworpen. Die leerling(en) geven er blijk van capabel te zijn. Wat mij betreft zou de schoolleiding hen kunnen vragen het officiële Beekvlietkanaal onder begeleiding te gaan beheren.
2. Die voldoen in de echte wereld en zouden ook online moeten fungeren. Het enige probleem kan anonimiteit zijn. Maar die is met regels moeilijk op te lossen. (Dat is anonimiteit in de echte wereld echter ook niet, zie de voorbeelden in mijn blog. Conclusie: moeten we er wakker van liggen dat er, net als in de echte wereld, mensen online zijn die minder fair willen spelen?) Daarbij geef ik er in mijn blog duidelijk blijk van dat communicatie mijns inziens beter werkt dan repressie en regels.
3. Klinkt leuk. Ik had eigenlijk verwacht dat gisteren zoiets zou zijn voor het personeel.
4. Zie deel twee van blog.
5. Ja, Twitter is je digitale c.v., bij wijze van spreken dan: al die sporen samen veroorzaken een beeld bij de googelaar. Een soort c.v. dus. En natuurlijk zouden leerlingen een LinkedIn kunnen maken, dat staat geheel los van mijn opmerking. Feit is echter dat LinkedIn in principe bedoeld is voor professionals. Dat zijn leerlingen nog niet. Wat zouden ze erop moeten zetten? “Ik zit op Beekvliet en werk bij de Jumbo achter de kassa?”.
6. Goed idee om Facebook schoolbreed te gebruiken. Er zijn al groepen van afzonderlijke klassen (ook op Hyves trouwens) of jaarlagen en ook van reizen.
7. Zie 6.
8. Sowieso (zie deze blog, haha).
@marcel
Beste Marcel,
Omdat je in je reactie op de piekfijne blogpost van mijn collega verwijst naar de actie van ondergetekende tijdens de presentatie van afgelopen maandag, kan ik het niet nalaten te reageren. Het maken van een anoniem twitteraccount om daarmee een aantal onzinberichtjes de wereld in te sturen, was wellicht unfair ten opzichte van jou als genode gast. Mocht ik je daarmee een vervelend gevoel hebben bezorgd, dan bied ik mijn oprechte excuses aan; dat was niet de bedoeling. Echter, mijn doel was niet om provocerende tweets voor leerlingen te produceren, maar juist om de vinger op enkele zere plekken te leggen: de anonimiteit, het filteren van onzin, het afleidende karakter van sociale media. Helaas ontstond daarover pas tegen het einde van de bijeenkomst een interessante discussie. Omdat je zo vriendelijk bent geweest ons van een achttal tips te voorzien, wil ik graag enkele adviezen retourneren:
1. Naar mijn huidige overtuiging voegen sociale media weinig tot niets toe aan onderwijskwaliteit. Sociale media vormen een leuke manier voor mensen om on line met elkaar te communiceren, maar het probleem zit in het woordje ‘leuk’; het woord dat ook terugkwam in het interessante pamflet dat onze leerlingen schreven. Facebook, hyves, twitter etcetera zijn leuke middelen van tijdverdrijf, maar geen onderwijsmiddelen. Daar zijn ze simpelweg niet voor bedoeld. Wij communiceren met onze leerlingen op school verbaal, daarbuiten via e-mail, de web site, de elo, en de telefoon. Dat is toch wel genoeg? Je suggereert enigszins dat een school die geen sociale media gebruikt digitaal achterlijk is. Zoals je gisteren hebt gemerkt is dat bij ons geenszins het geval. Mijn tip: probeer een goed argument te vinden (waarbij de kwaliteit van onderwijs centraal staat) om sociale media te gebruiken op school.
2. Sociale media hebben dus weinig met school te maken, maar een school krijgt wel te maken met sociale media wanneer leerlingen (of leraren) daarop uitlatingen doen die de school raken. Bijvoorbeeld wanneer een leerling door een andere leerling wordt gepest via sociale media. Of wanneer foto’s van leraren op internet verschijnen met nare onderschriften. Wij worstelen als school met de vraag hoe we daarmee moeten omgaan. Met name wanneer het allemaal in het anonieme gebeurt. Mijn tip: informeer scholen over dit fenomeen en hoe je dat het beste te lijf kunt gaan. Moet je op hetzelfde sociale medium terugreageren? Moet je het doodzwijgen? Dat is een interessante discussie.
3. Bij het geven van een presentatie is een tweetboard erg leuk, maar alleen zinvol als je er ook iets mee doet. Mij daagde het uit om onzin te tweeten, met als gevolg dat ik echt niet meer bezig was met je verhaal. Dat heeft niks van doen met de inhoud van je presentatie, maar puur met de lol van een scherm met kleurtjes zien en daarop je eigen bericht willen laten verschijnen (daar hebben we het woordje ‘leuk’ weer). Ik zou bij een volgende presentatie beginnen met het bekijken van dat tweetboard om eventuele narigheden meteen bij de kop te pakken. Mijn actie was dan ongetwijfeld snel afgelopen.
4. Het filmpje aan het einde van de presentatie was hilarisch, maar… het sloot toch niet helemaal aan bij wat je wilde zeggen? Tip: maak onderscheid tussen de verschillende sociale media naar toepassing. Twitter is eigenlijk helemaal geen sociaal medium (http://www.nu.nl/internet/2721667/oprichter-ziet-twitter-niet-als-sociaal-netwerk.html), maar een informatievoorziening. Het voorbeeld dat je gaf over de roosterwijzigingen via Twitter was dus een goede. Maar het discussiëren via Twitter is minder geslaagd. Simpelweg omdat mensen graag roeptoeteren en discussies vervuilen met onzinbijdragen. Facebook is m.i. niet het ideale uithangbord voor een school. Een mooie, professionele website (met een eigen url dus) is dat wél. Maar om een web site de hartslag van de school te noemen (je 6e tip) gaat me dan weer te ver. Het hart van de school zijn de mensen die dagelijks bij elkaar komen in een gebouw met lokalen en tafeltjes en stoeltjes.
5. Tenslotte nog een reactie op enkele van jouw bovenstaande tips. Onze leerlingenraad onderhoud al geruime tijd een web site met nieuws, foto’s etc. Dat is dus wel in orde. Digitale leermiddelen (waarnaar je volgens mij verwijst in tip 4) zijn iets anders dan sociale media. Zoals Erwin Klaasse terecht zegt zijn er genoeg middelen voorhanden (in dat verband is deze ook interessant: http://www.socrative.com/). En wat tip 8 betreft: ik deel heel graag ervaringen met collega’s. Dat doe ik ook wel via facebook. Maar met collega’s heb je een andere relatie dan met leerlingen. In mijn optiek is het goed als er tussen leraren en leerlingen een professionele afstand bestaat. Wanneer je niet heel zorgvuldig omgaat met sociale media in het onderwijs, vervagen die verhoudingen.
Hopelijk heb je iets aan de tips!
(@jessie heb ik nu het record van de langste reactie ooit?
)
@Sander
1: Ik ben dus bezig met het aanleggen van een lijst met, laten we het niet sociale, maar digitale media noemen, die mogelijk te gebruiken zijn. Ik heb Twitter in een les nog nooit gebruikt, maar heb bijvoorbeeld al wel eens op de avond voor een schoolexamen een goed gesprek met zesdeklassers gehad over een Latijnse tekst. Voor mij is het dus niet alleen een vorm van ‘leuk’, maar ook een extra mogelijkheid om leerlingen te bereiken en door leerlingen bereikt te kunnen worden.
2: Een interessante discussie wel (daarom begon ik met mijn visie daarop, wat is de jouwe, Sander?): maar ik verwacht niet dat er een professional is die daarop al een pasklaar antwoord heeft.
3: Helemaal mee eens! Tweetbord NIET gebruiken of duidelijk vertellen wat de bedoeling ervan is. Leerlingen werden uitgenodigd mee te tweeten, maar er werd niet gezegd waarover. Ik vermoed dat dit verband houdt met de weinige reacties.
4: Facebook is volgens mij ook geen uithangbord, maar wel een middel om een sfeer neer te kunnen zetten. Ik zit bijvoorbeeld in de facebookgroep van onze Griekenlandreis en daar is het altijd gezellig; de groep is nu nog steeds met elkaar in contact, terwijl de reis in oktober was. Er is deels via Facebook een reünie gepland, er worden herinneringen opgehaald en soms wordt er zelfs over het vak Grieks gepraat! Met het feit dat Twitter geen sociaal medium is, ben ik het oneens. Als het puur een nieuwskanon zou zijn, dan zou de reageermogelijkheid en de DM mogelijkheid er niet zijn.
5. Zie 1. Verder is het letten op de afstand inderdaad belangrijk. Voor mij hoeft die afstand niet zo groot te zijn als voor sommige andere collega’s. Ik ben, zoals gezegd, graag bereikbaar. Laagdrempelig ook. Maar ik wil geen leerlingen in mijn privé-leven: ik zet dus geen privé-info op twitter en accepteer ze niet als Facebookvriend. Ik denk dat zorgvuldig zijn daarin inderdaad nodig is, maar helemaal niet zo moeilijk.
En lang is de reactie zeker! Dat je mijn blog als ‘piekfijn’ aanmerkt, waardeer ik zeer!