Laatste posts

Countdown:

  • Trouwen Wim & Jessie:
    in 1 week, 5 days, 22 hours, 13 minutes, 14 seconds
    • De Bacchanten, tussen roes en ratio

      Posted on January 29, 2011 by in Grieks & Latijn

      Wat heb ik lang getwijfeld, toen mij werd gevraagd om met de vijfde klas Grieks mee te gaan naar Scheveningen om daar in het kraakpand van Theatergroep de Appel de voorstelling ‘Bacchanten’ van regisseur David Geysen te bezoeken. Ik ben werkelijk dol op toneel en theater, maar vond het in eerste instantie toch wat veel moeite om voor een voorstelling van anderhalf uur om 16.30 van het terrein van Gymnasium Beekvliet te vertrekken om meer dan zeven uur later weer in Sint-Michielsgestel te arriveren en dan ook nog eens de weg naar huis al dan niet per fiets te moeten afleggen. Uiteindelijk trokken enkele zaken mij over de streep: ten eerste de goede reputatie van Theatergroep de Appel, ten tweede het feit dat het uitje een soort herbeleving zou zijn van de Griekenlandreis, die ik in oktober met dezelfde groep vijfdeklassers heb afgelegd en waarbij vergeleken die paar uurtjes in de bus een peulenschil leken en pas in de laatste plaats het feit dat het ging om een opvoering van de tragedie ‘Bakchai’ van Euripides.

      Is de vakidioot verdwenen, zult u denken? Zeker niet, maar ‘Bakchai’ is nooit mijn favoriete tragedie geweest. Ik heb er positieve herinneringen aan, dat zeker, maar die worden meer veroorzaakt door het feit dat ik deze tragedie jaren geleden, toen ik in de zesde klas zat, in de avonduurtjes onder het genot van (natuurlijk!) een glaasje wijn heb gelezen met mijn jonge docente Yvonne Wittingen, dan door de inhoud van het stuk zelf.
      Letterkundig en intellectueel is deze tragedie voor classici, literatuurwetenschappers en andere geïnteresseerden natuurlijk de moeite waard op de manier waarop elk stuk dat ons vanuit de oudheid is overgeleverd de moeite waard is. De Bakchai maakte oorspronkelijk deel uit van een trilogie  (samen met Iphigeneia in Aulis en het niet overgeleverde Alkmaion in Korinthe). Het stuk zou pas na de dood van Euripides opgevoerd zijn, maar wel de eerste prijs hebben gewonnen bij de Dionysia. Spannend is de tragedie ook: het verhaal werkt op onze onderbuikgevoelens. Thema’s als seks, drank, burgelijke ongehoorzaamheid en moord komen allemaal voorbij. Ik zoek alleen een ander soort spanning. Om maar een voorbeeld te noemen: de Rambo-films zijn ‘spannend’, maar in een film als The Reader (mijn nieuwste favoriet!), zit een heel ander soort spanning. Voor wie een opfrisser nodig heeft, hier de inhoud van de Bakchai in een notendop: een ongewone vreemdeling (in werkelijkheid de god Dionysos) is aan het hoofd van een schare volgelingen, de bacchanten (uitgebeeld door het koor), vanuit Azië aangekomen in Thebe. Daar verzet zijn neef, koning Pentheus, zich hevig tegen de nieuwe Dionysos-cultus, omdat die in zijn ogen immorele trekken vertoont. Wanneer Pentheus echter hardhandig wil optreden tegen de uitspattingen, geeft de vreemdeling hem de raad om gehuld in vrouwenkleren de orgieën bij te wonen. Pentheus volgt de raad op en wordt gedood door zijn eigen moeder Agave, die hem in haar extase voor een wild dier houdt en hem verscheurt. Uiteindelijk komt ze bij zinnen en beseft ze wat ze heeft gedaan. Dionysos verschijnt dan als god en straft de hele familie. Gedurende de hele tragedie is duidelijk dat het gaat om een simpel gevecht tussen het nieuwe en de gevestigde orde. Alle gebeurtenissen zijn duidelijk en soms shockerend en wat voor mij in deze tragedie ontbreekt is ofwel de grootsheid en meeslependheid van sommige emoties (zoals bijvoorbeeld in ‘Medea’) of het onzettend ironische (zoals in ‘Oidipous’), waardoor antieke tragedies wel gekenmerkt worden. Het enige moment van die grootsheid en meeslependheid komt voor mij in de Bakchai terug waar Agave ontdekt dat zij zich zo in vervoering heeft laten brengen, dat ze haar eigen zoon heeft verscheurd. Verder is in het stuk voor mij een totaal gebrek aan identificatiemogelijkheden: ik ben noch de vrouwen die het nieuwe meteen omarmen, noch Pentheus die het nieuwe resoluut afwijst, noch de politici Kadmos en Teiresias die pragmatisch denken en zodoende menen dat ze ook met deze religie wel iets kunnen.  Mooi in het verhaal is de diepere laag en de parallel met andere tijden. Neem fenomenen als hype en massahysterie, neem het aanwijzen van het nieuwe als de zondebok en hoe dramatisch dat kan aflopen. Denk alleen al aan de intolerantie tegen de Joden in de Tweede Wereldoorlog of tegen de Moslims in eenentwintigste-eeuws Nederland onder leiding van onze blonde Pentheus uit Limburg. Wanneer je nog verder kijkt, kun je in het stuk zelfs de tweestrijd zien die bij iedere mens aanwezig is: roes versus ratio.

      Enfin, na die aanvankelijke twijfel heb ik dus wegens genoemde drie redenen toch besloten om mee te gaan naar het stuk.  En wat heb ik genoten! Het begin van het stuk is op zijn minst interessant te noemen. Het decor, dat bestaat uit enkel een betonnen vloer, een diagonaal geplaatste wand, die afhankelijk van de belichting spiegelt of transparant is, en aan de rechterkant wat bakstenen ‘zuilen’, is kil, maar indrukwekkend! Niet alleen werkte de wand spiegelend zo, dat het publiek, doordat personages al voordat zij midden op het toneel stonden, gezien konden worden, als het ware alwetend werd, maar ook vond ik het deel van het decor áchter die wand, dat, gevuld met een hoop schroot en afval, de berg Cithairon moest voorstellen, erg mooi. In dit decor zit een oordeel: geen bosrijke Grieks heuvels in een lauwwarm zonnetje, maar een schroothoop. Beslist geen locus amoenus. Pas in de slotscène werd dat achterste deel van het decor ten volle belicht en pas toen zag men dat op de berg ook de drummer Léon Klaasse, die met zijn opzwepende muziek het stuk vaart gaf, zijn plaats had.

      Bacchantes annex ballerina’s met opmerkelijke groene pruiken verschijnen als eerste ten tonele, hupsen verleidelijk op en neer tot zoenens toe en maken dan plaats voor Dionysos himself, a god disguised as a beautiful male. Deze uitspraak, die Dionysos in het stuk een keer of vier over zichzelf doet en waarmee hij het publiek laat weten dat hij er dan wel uitziet als man, maar dat hij in werkelijkheid de god Dionysos is, wekt giechelige reacties bij het publiek. Laat ik, zonder de, overigens briljante, acteur Iwan Walhain te willen beledigen, stellen dat de beschrijving van een beautiful male in schril contrast staat met het beeld van een kale, ietwat mollige man van middelbare leeftijd. Vreemde casting? Of leuke knipoog? Ik ga voor de knipoog, want ook de bacchanten, die elk hun eigen stokpaardje hebben à la ‘a thing of beauty is a joy forever’, worden kinderlijk, clownesk, en onschuldig neergezet en stoppen bij tijd en wijle zelfs hun duim in hun mond. Het beeld van Dionysos als the Hef en de bacchanten als bunny’s in hun mansion drong zich aan mij op. Met die verleidingsact nemen Dionysos en de bacchanten de toeschouwer als het ware mee naar de Cithaeron.

      Dionysos verdwijnt naar een balustrade aan de rechterkant van het toneel en maakt plaats voor Pentheus, gespeeld door de in leer gehulde Joost Bolt. Hoewel Bolt niet altijd goed te verstaan is, zet hij de rol van Pentheus perfect neer. In eerste instantie zien we Pentheus als een enigszins wrede en tirannieke heerser. Hij wil niets weten van die nieuwe cultus en begrijpt niets van de heren Kadmos en Teiresias, die, hoewel ze oude mannen zijn, al dansend – zij het met een wat cynische ondertoon – over het toneel bewegen. Kadmos en Teiresias hebben allebei een roodgeschminkte mond en een hoge puntmuts, die ze, wanneer er lust uitgebeeld moet worden, vanaf hun kruis vooruit laten priemen. Die puntmutsen doen hun werk, maar origineel zijn ze niet. De Pierot-achtige verschijning van de heren voegt echter wel extra sfeer, droefheid en twijfel aan het verhaal toe.
      Naarmate het stuk vordert en Pentheus zichtbaar door Dionysos om de tuin wordt geleid, wanneer die hem vertelt in vrouwenkleren naar de orgieën te gaan om de bacchanten onopgemerkt te kunnen bespieden alvorens te oordelen, krijg je als toeschouwer medelijden met hem. Het beeld van Pentheus in damesondergoed met daaroverheen een soort ochtendjas van gaas, wekt waarlijk medelijden op. Hij weet niet hoe zijn raadgever hem bedrogen heeft, hij weet niet hoe belachelijk hij eruit ziet, hij weet niet dat zijn moeder ook bij de bacchantes hoort, hij weet niet dat hij op het punt staat verscheurd te worden…

      Actrice Geert de Jong heeft maar één scene, maar heeft daarmee diepe indruk op mij gemaakt. Wanneer zij opkomt in de hoedanigheid van Agave, zit ze onder het bloed. Ze loopt op hoerige hoge hakken, waardoor meteen zichtbaar wordt dat ze ‘fout’ is. In haar handen heeft ze een blauwe vuilniszak. De heren Kadmos en Teiresias staan achter op het toneel tegen de spiegelwand gepositioneerd. Onbeweeglijk. Beiden ook met een blauwe vuilniszak in hun handen. Agave verkeert in roes en euforie. Geleidelijk aan komt ze bij zinnen. Midden op het podium ineengezakt kijkt ze in de vuilniszak. Er worden weinig woorden aan vuilgemaakt, maar wanneer zij van schok en ellende begint te rillen en trillen en in de hele zaal alleen nog maar het geritsel van de vuilniszak te horen is, weet iedereen wat erin zit: het hoofd van Pentheus. Hoewel ik persoonlijk vond dat de weeklacht van Agave die op de ontdekking volgde, iets te lang duurde, was de ontdekking zelf voor mij wel hét moment van kippenvel!

      Met een tevreden gevoel stapten mijn twee collega’s, de leerlingen en ik weer in de bus. Daar neergezegen werd nog even nagepraat. De reacties van de leerlingen liepen uiteen van ‘het viel mee’ en ‘ik had het saaier verwacht’ tot ‘wat mooi, ontroerend en spannend.’ Een enkele leerling vond de voorstelling te abstract en te onduidelijk. Die leerling had graag letterlijk de berg, het mainesthai en het moorden uitgebeeld gezien. De vijfde klas Grieks leest op dit moment passages uit de Bakchai, deels in het Grieks en deels in vertaling, en ik denk dat het vooral voor de docenten goed was om te merken dat er ook echt een enthousiast gefluister ontstond op het moment dat Pentheus in zijn dameskleding op het toneel verscheen: ‘He, hier zijn wij met lezen!’ Ik kan me voorstellen dat zij door de indringende verbeelding door de Appel het stuk met meer plezier uitlezen en kan dan ook aan iedere docent klassieke talen aanbevelen om zijn lessen luister bij te zetten door een bezoek aan dit stuk. Na alle positieve reacties merkten we wel hoe vluchtig mensen heden ten dage zijn ingesteld:  we waren nog niet gaan zitten, of één van de leerlingen had al de film ‘De hel van ’63′ in de dvd-speler gestopt. Mijn collega en ik zeiden tegen elkaar dat we daar nog niet aan toe waren, want dat we dit stuk eerst even op ons in moesten laten werken. Een kwartier later zaten ook wij echter braaf naar de film te kijken. Life goes on…

      Bron foto’s: De Appel.

      No related posts.

    2 Responsesso far.

    1. lenneke says:

      Docta,
      Mooi, doorwrocht stuk.
      Maar: vanuit mijn perspectief leek me Dionysos, hoewel niet meteen een “beautiful male”, toch nog wel een stukje verwijderd van “middelbaar”.
      En als het de strijd tussen roes en ratio verbeeldt die ieder mens wel kent, toch ook voor jou mogelijkheid tot identificatie?

    2. Jessie Mensink says:

      Thanks!
      Middelbaar = tussen 40 en 60. Walhain is 39, dus om het beeld te verduidelijken vind ik dat ik de term middelbare leeftijd wel mag gebruiken.
      Ik ken de strijd tussen roes en ratio niet echt. Wel die tussen gevoel en verstand, maar aan ‘roes’ doe ik niet zo.. De controlfreak in mij zou de roes niet eens toelaten ;)

    Leave a Reply

    Your email address will not be published. Required fields are marked *

    *

    You may use these HTML tags and attributes: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>